top of page
  • jolandabarnhoorn

Dagboek van een burn-out (deel 3)

Bijgewerkt op: 29 nov. 2023

En dan is het moment dat ik weer naar kantoor moet. Ik had mij natuurlijk al lang ziek moeten melden, maar er ligt zoveel werk op mij te wachten en ik voel de druk om de urgente zaken op te pakken. Mijn mail is overvol en mijn telefoon gaat non-stop. Ik sta op en kleed mij aan. Mijn vriend brengt de kinderen naar school, zodat ik rustig naar kantoor kan gaan. Nadat ik aangekleed ben en gegeten heb, loop ik naar de auto. Bij de auto aangekomen, merk ik dat het niet gaat en ik ga weer naar binnen. Buikpijn, misselijk en benauwd. Wat heb ik toch? Ik begin te twijfelen of er niet iets anders met mij aan de hand is. Iets met mijn hart? Ik voel mij enorm bang en ga weer naar binnen. Boven in de slaapkamer ga ik op bed zitten en probeer te ontspannen. Dit werkt niet, ik ben te onrustig. Dan maar even wat oefeningen proberen te doen, zodat de grote hoeveelheid adrenaline en cortisol in mijn lichaam kan zakken. Met tranen die over mijn wangen stromen spring ik de kamer rond en volg de aanwijzingen van de workout op mijn telefoon, maar het werkt niet. Ik probeer mij te vermannen en ga in de auto zitten. Terwijl ik weg rijd, voel ik een paniek opkomen. Mijn hart gaat tekeer en ik voel mij bang. Ik weet niet meer hoe ik moet rijden en wil niet in de auto zitten. Ik voel een enorme onrust en gejaagdheid in mijn lichaam. Ik weet niet hoe, maar ik weet de auto weer om te draaien en zit trillend in de auto. En dan besluit ik dat het niet meer gaat. Ik meld mij ziek. Stom als ik ben, zeg ik dat ik nog wel af en toe mijn mail zal checken, maar nu niet naar kantoor kan komen. Ik ga terug naar binnen en kan niet stoppen met huilen.


Morgen komt Rachel, onze lieve en fijne huishoudelijke hulp. Ze komt één keer per week en gaat altijd zelfstandig aan de slag. Ze maakt de keuken en badkamer schoon en maakt alle vloeren schoon. Normaliter kan ik heel erg met haar lachen, maar nu merk ik dat ik de gedachte dat Rachel komt niet trek. Ik wil niemand om mij heen hebben, behalve ons gezin. Mijn ademhaling is te snel en ik ben vaak benauwd. Ik denk dat het toch fijn is dat het huis schoongemaakt wordt en laat haar gewoon komen. Ik zit buiten in de tuin en probeer een stukje van een legpuzzel te doen. Ik ben zo moe en tegelijkertijd gejaagd, maar ik probeer afleiding te zoeken in de puzzel. Rachel is binnen aan het schoonmaken. Ik voel een paniek opkomen. Ik voel mij niet goed en wil weg. Ik besluit naar boven te gaan, naar de studeerkamer. Ik ga op een stoel zitten en probeer mijn ademhaling rustiger te krijgen. De tranen stromen weer over mijn wangen. Wat is dit toch? En belangrijker: hoe kom ik er vanaf?


Ik ga weer naar de huisarts. Ik heb een afspraak gemaakt voor in de ochtend. Mijn vriend is naar zijn werk, de kinderen zijn naar school. De huisarts zit aan de andere kant van de stad. Om te zorgen dat ik op tijd bij de huisarts ben, moet ik een half uur van tevoren wegrijden. Er staat vaak file op het stukje weg naar de huisarts. Hoe dichterbij de tijd komt dat ik moet vertrekken, hoe meer gespannen ik word. Aan de ene kant vind ik het fijn om naar de huisarts te gaan, omdat ik dan misschien verder kom met wat er aan de hand is. Maar aan de andere kant wil ik het huis niet uit. Ik weet niet of het lukt om te rijden. Ik denk er een paar keer over om de afspraak af te zeggen, maar besluit toch te gaan. Terwijl ik met de auto weg rijd, voel ik weer paniek opkomen. Ik zet de radio aan en probeer mij te focussen op de muziek. Dit werkt averechts en ik zet de radio weer uit. Onderweg naar de huisarts, sta ik inderdaad in de file. Ik probeer rustig adem te halen, maar merk dat ik benauwd ben . Ook ben ik heel misselijk. Ik zie dat er een plastic tas voor boodschappen in mijn auto ligt en leg deze op de bijrijder stoel. Als ik zou moeten overgeven, kan ik de plastic tas pakken. Ik heb het warm en zet de airco harder. Een paar keer overweeg ik om te draaien en terug te rijden, zo slecht voel ik mij. Maar ik besluit toch door te rijden, omdat ik het niet vind kunnen om zo vlak voor de afspraak af te zeggen. Net op tijd kom ik de parkeerplaats van de huisarts op rijden.


Autorijden

Wanneer je (bijna) een burn-out hebt, is autorijden vaak een ding. Het lukt niet goed meer om iets, wat je altijd op de automatische piloot deed, uit te voeren. Je moet erover nadenken en het kost je heel veel energie. Regelmatig gebeurt het dat een eerste paniekaanval zich manifesteert tijdens het autorijden. Hartstikke eng en gevaarlijk natuurlijk! Uiteraard is het belangrijk dat je je auto aan de kant zet en in een veilige situatie jezelf weer onder controle krijgt. Het is heel verleidelijk om, na een eerste paniekaanval, de situatie/plek waarin je een paniekaanval kreeg te vermijden. Dit is juist niet handig. Je ontwikkelt dan een steeds grotere angst voor de situatie waarin je een paniekaanval kreeg, waardoor er een grotere kans is dat je in dezelfde situatie dan weer een paniekaanval krijgt.


Paniekaanvallen

Tijdens een (naderende) burn-out, kunnen zich dus paniekaanvallen voordoen. De eerste keer dat dit gebeurt, is dit enorm beangstigend. Je voelt letterlijk de paniek je bij de keel grijpen, je begint te zweten, je hartslag versnelt, je hebt het gevoel de controle te verliezen en je wil vooral weg uit de situatie waarin je zit. Het is gelukkig niet iets ernstigs, maar enorm vervelend en naar om mee te maken is het wel. Maar wat is dat dan, een paniekaanval? Eigenlijk is het weer je lichaam, dat aangeeft dat er iets moet gebeuren. Je brein kan het niet meer aan, de constante overbelasting, en reageert door zichzelf af te sluiten. Je raakt in paniek en hebt het gevoel dat je flauw valt of zelfs dood gaat. Voor iemand die dit niet heeft meegemaakt, is het lastig om zich voor te stellen wat je dan voelt. Je kunt het vergelijken met de situatie dat je opgesloten zit in een ruimte en je wilt eruit. Dit lukt niet en het wordt steeds warmer in de ruimte en je krijgt het benauwd. Je begint te zweten, wordt misselijk en wilt maar één ding: uit deze ruimte komen, maar dat lukt niet. Langzamerhand word je steeds onrustiger en in paniek. Bij een paniekaanval gebeurt min of meer hetzelfde. Alleen kan dit zomaar vanuit het niets opkomen of getriggerd worden door bijvoorbeeld een bezoek aan een supermarkt of autorijden.


Een verstoorde werking van je brein

Waarom kan zoiets als autorijden zo lastig zijn, als je een naderende burn-out hebt of er al middenin zit? Door de hoge mate van stress in je lichaam, raakt je lichaam en je brein ontregeld. Uit onderzoek blijkt dat door chronische stress je brein ook daadwerkelijk verandert en anders gaat functioneren. In je hersenen werken de amygdala, de hippocampus en de prefrontale cortex met elkaar samen. De amygdala zorgt ervoor dat gevaar wordt gezien en hierop gereageerd wordt. De aanmaak van stresshormonen is een gevolg. De hippocampus zorgt ervoor dat ervaringen worden gelabeld. Dit hersengebied is belangrijk voor leren, onthouden en navigeren. De hippocampus schat de gevaarlijke situatie in en kan dan bijvoorbeeld via de prefrontale cortex aan de amygdala communiceren dat er ‘niets ernstigs is’. De amygdala schroeft de aanmaak van stresshormonen dan terug. Bij een burn-out wordt dit niet teruggeschroefd en een continue aanmaak van de stresshormonen adrenaline en cortisol is het gevolg. Je blijft als het ware steeds ‘aan’ staan. De hoge niveaus van met name cortisol zorgen ervoor dat zaken als je zenuwstelsel en je ademhaling worden beïnvloed. Normaliter, vermindert de aanmaak van deze stresshormonen weer, zodra het gevaar is geweken. Echter, bij chronische stress gebeurt dit niet en zie je dat de amygdala ook daadwerkelijk verandert. Bij een burn-out gaan zenuwcellen van de amygdala groeien en krijgen meer uitlopers. Delen van de hippocampus en de prefrontale cortex krimpen daarentegen juist bij een burn-out. De prefrontale cortex, verantwoordelijk voor onder meer het controleren van gedrag en het onthouden van handelingen en informatie, werkt minder goed.

Dit heeft de volgende effecten, die specifiek niet goed gaan met bijvoorbeeld autorijden (uiteraard geldt dit ook voor andere activiteiten):

- Moeite hebben om de handeling van het autorijden te kunnen uitvoeren en om meerdere dingen tegelijk te kunnen doen. Dus én je voeten aansturen én sturen én in je spiegels kijken. Als je dan ook nog de weg moet zoeken, merk je dat dit heel moeizaam gaat of dat er een soort kortsluiting ontstaat. Wanneer dan de radio aanstaat of er zitten kinderen achterin die door elkaar heen schreeuwen, is het helemaal onmogelijk om goed te kunnen rijden. Bij mij heeft dit tijdens de burn-out geresulteerd in het vergeten om de handrem in te schakelen, terwijl mijn auto op een hellinkje stond geparkeerd op de oprit bij ons huis. De auto rolde weg naar achteren, steeds harder, en kwam op een muurtje beneden in de tuin in een onmogelijke positie tot stilstand. Gelukkig geen persoonlijke schade, maar de auto des te meer. Mijn vriend, die ik uitdrukkelijk de opdracht had gegeven niet te lachen vanwege de absurde plek waar de auto tot stilstand was gekomen, kon niet meer ophouden met lachen toen hij het zag. Dat was misschien wel de beste strategie om ermee om te gaan: de opgebouwde spanning proberen weg te lachen en heel blij te zijn dat er geen persoonlijk letsel was.

- Moeite hebben om de route te volgen of je weg te vinden in een nieuw, onbekend gebied. Ik merkte dat ik met name bij nieuwe bestemmingen het heel lastig vond om alle handelingen van het autorijden tegelijk goed uit te voeren.

- Niet goed kunnen concentreren op wat je aan het doen bent, waardoor het heel veel moeite kost om je aandacht bij alle aspecten van het rijden te houden.


Het is natuurlijk gewoon gevaarlijk om te gaan rijden, als je minder goed in staat bent om te rijden. Bovendien veroorzaakt rijden bij een deel van de mensen met een burn-out paniekaanvallen op. Eén en één is twee: niet meer rijden toch? Nou nee, daar ben ik het niet mee eens. Wanneer je niet meer gaat rijden en de situatie uit de weg gaat, wordt het steeds moeilijker om het weer op te pakken. Ook betekent niet meer autorijden dat je een stuk minder mobiel bent. En daardoor ook minder dingen kunt ondernemen, terwijl het juist belangrijk is om – waar mogelijk – zoveel mogelijk naar buiten te gaan en ontspannende activiteiten te doen. Wanneer je net in een burn-out zit, lukt dit meestal niet, maar tijdens je herstel is het belangrijk om wel te kunnen rijden. Ik ben dan ook een voorstander van gecontroleerd rijden: buiten de spits, op een traject wat je al kent, zonder haast en het liefst met iemand naast je, zodat hij of zij je kan helpen of er gewoon is. Wanneer dit dan steeds beter gaat, kan je uiteraard het gecontroleerd rijden afbouwen en weer normaal in de auto stappen.


Wat te doen bij een paniekaanval

Wanneer je een paniekaanval hebt, is het het meest belangrijk om je niet te laten meevoeren door de paniek. Ik weet dat dit héél erg moeilijk is en je, als je het gevoel hebt dat je flauwvalt of zelfs dood gaat, bijna onmogelijk is. Maar toch, helpt dit je om de paniek te stoppen. Onderstaand een paar concrete tips wat je het beste kunt doen, wanneer je een paniekaanval hebt:

1. Blijf tegen jezelf het volgende zeggen: ‘Dit is een paniekaanval. Verder ben ik gezond en zometeen is het weer over.’ Accepteer dat je dit nu voelt, maar ga er niet tegen vechten. Blijf vooral ook het mantra herhalen wat hierboven staat. Een doekje met koud water tegen je voorhoofd houden, kan helpen om verkoeling te geven.

2. Probeer afleiding te zoeken. Wiebel met je tenen en probeer met je ogen breed rond te kijken en te zien wat er zich in je omgeving afspeelt. Steekt er bijvoorbeeld iemand de straat over, neem dan waar wat die persoon aanheeft en benoem dit voor jezelf. Zingen of een stukje voorlezen helpt ook. Je ademhaling wordt dan rustiger.

3. Wanneer je zit, als je een paniekaanval hebt, zorg dan dat je in beweging komt. Loop een stukje, spring op en neer of loop de trap op en af. Door te bewegen ga je je beter voelen en verdwijnt er wat cortisol. Je hersenen moeten zich dan richten op het bewegen, waardoor er minder ruimte is voor angst

4. Zorg naderhand, dat je de situatie waarin je een paniekaanval kreeg, niet gaat vermijden. Door het te vermijden, vergroot je in je hoofd de angst hiervoor en maak je het steeds groter. Het is wel goed om te proberen te achterhalen wat de trigger was voor de paniek, zodat je kunt proberen de volgende keer met meer ontspanning en afleiding dit te ondergaan.

5. Wees trots op jezelf en weet dat je niet de enige bent. Er zijn zoveel mensen die paniekaanvallen hebben gehad in hun leven. Misschien helpt het je te relativeren, wanneer je de cijfers hoort. In Nederland hebben 1,1 miljoen mensen een angststoornis (angst voor iets dat ongegrond is) en hebben 132.000 mensen een paniekstoornis (bij een paniekstoornis komen paniekaanvallen regelmatig terug) Alleen praat niemand hier graag over, waardoor je misschien denkt dat je de enige bent. Het komt goed en het gaat over, echt waar!




43 weergaven0 opmerkingen

Comments


bottom of page